‘We willen naar een professionele cultuur!’, hoor ik leidinggevenden vaak zeggen’. Of: ‘Ik mis eigenaarschap, we gaan naar zelfsturing of zelforganiserende teams.’ ‘Mijn team heeft een training feedback geven nodig.’  

Het is vaak een snel bedachte oplossing voor een probleem waar de organisatie al langer tegenaan loopt. Dit wordt zichtbaarder als er spanning ontstaat, bijvoorbeeld door krimp of teruglopende financiën, of juist groei, veel neiuwe mensen.

Werken aan de professionele cultuur, starten met professionele leergemeenschappen of zelfsturende en/of organiserende teams, hoe mooi dat ook klinkt, uiteindelijk gaat het om veranderen, aanpassen van de bestaande cultuur. Dan is het belangrijk als je je vinger kunt leggen op die cultuur. Wat gebeurt er nou eigenlijk echt? Wat zien we niet, wat wel een rol blijft spelen? Welke blinde vlek of ongeschreven regels bepalen hoe het er hier aan toe gaat? 

Een cultuuronderzoek kan daarbij heel helpend zijn. Simpel gezegd komt het neer op de spreuk van Cruyff: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt.” Veelal is de bestaande cultuur zo vergroeid met de organisatie en hoe de dingen gaan, dat het niet bewust gebeurt. Het is zoals dat hier gaat (Zo doen we het altijd).

Iedere verandering begint met het inzien van de noodzaak tot verandering. Een cultuuronderzoek kan daarbij de sleutel tot succes zijn. 


Een cultuuronderzoek bestaat uit drie fases: 

De eerste fase is de start of intake. Voorafgaand wordt door mij informatie gezocht, wat staat op de website, in het jaarverslag, worden er waarden genoemd, een missie of visie? Wat is de toon in de nieuwsbrieven, welke informatie vinden we daar? Dan volgt er een gesprek. Daarin bespreken we de aanleiding of reden waarom deze vraag er is en verkennen daarmee meteen of dit inderdaad een goed idee is. De geschiedenis bespreken we, zijn er zaken die in het verleden impact gehad hebben? En wat speelt er nu speelt wordt besproken. Culturen kunnen lang bestaan en prima gefunctioneerd hebben, wat maakt dat er nu verandering gewenst is. 

Na deze fase start het onderzoek zelf. Dat vindt plaats op de plek waar ‘het’ gebeurt. In de klas, bij een bijeenkomst, tijdens het werk. Door observaties en korte gesprekken wordt allerlei informatie opgehaald Dit kan één of twee dagen zijn. Soms komen we ook met twee mensen, het is afhankelijk van de vraag, grootte en complexiteit van de organisatie. Bij het bezoek is het belangrijk is dat er situaties (vergadering, bijeenkomst) zijn waar mensen samenkomen en samenwerken. Cultuur zit namelijk tussen mensen. Tijdens dit ‘veldwerk’ wordt er geobserveerd of meegedaan. Er worden foto’s gemaakt voor het verslag of terugkopppeling. 

De laatste fase is de oplevering, de resultaten van het onderzoek worden gepresenteerd, aan (een deel) van de organisatie, of het MT. Na de presentatie volgt een gesprek over de terugkoppeling, wat geraakt heeft, wat niet, etc. 

Vaak volgt er een vervolg traject waar met de resultaten aan het werk gaan in de organisatie.