Je bent bestuurder van een stichting en daar heb je je handen vol aan. Eigenlijk heb je je handen al meer dan vol. Als dan de kwaliteit op plekken in je organisatie niet op orde blijkt, of de financiën onverwachte tegenvallers hebben, komt er nog meer bij. Of je bent net begonnen als bestuurder bij een nieuwe stichting en die blijkt anders ervoor te staan dan bij je sollicitatie gedacht? Of gewoon de invoering van een administratiesysteem maakt nogal wat los en roept vragen op over rollen en verantwoordelijkheden.
Veelal is dan een dubbele inspanning die jij en de organisatie moet leveren: doen wat je altijd deed, de organisatie draait door, en tegelijkertijd de verbetering en de verandering vormgeven. Het risico is dat allebei een beetje gebeurt, of één van de twee alle aandacht opeist.
Ook als je net start als bestuurder kan dit je opbreken, de dubbele opdracht. Je hebt nog weinig routine, alles is nieuw en je moet er tegelijkertijd helemaal zijn.
Dan is het fijn als je tijdelijk een reisgenoot hebt. Iemand die met een lange en brede ervaring jou bijstaat, helpt, ondersteunt, werk uit handen neemt en mee gaat op avontuur. Een reisgenoot ook die niet uit is op jouw plek, die heeft hij al jarenlang gehad. Maar wel een reisgenoot die precies weet hoe complex, spannend en ingewikkeld het op die plek kan zijn.
Ik verbind met aan jouw organisatie en jouw opdracht en reis met je mee. We spreken een aantal uur per week af en in die tijd doe ik wat nodig, gewenst of mogelijk is. Ik geef advies, gevraagd en ongevraagd, waarschuw je als ik een risico signaleer en pak wat er nodig is. Hulp nodig? Ik kom graag in gesprek.
“Floris heeft mij gedurende mijn eerste jaar wekelijks ondersteund en begeleid en heeft ook taken van mij overgenomen, zodat ik goed in mijn nieuwe rol kon thuis geraken. Met name de bestuurlijke taken waren voor mij helemaal nieuw en ook best spannend. Floris was in dat jaar meerdere dagen per week op school en heeft veel met mij en mijn collega’s samengewerkt. Hij was mijn reisgenoot, mentor en adviseur.
Hij gaf me regelmatig stoomcursusjes over- en verrichtte veel voorwerk m.b.t. voor mij onbekende onderwerpen, zoals bijvoorbeeld overleggen met de gemeente, huisvesting, het schrijven van een jaarverslag, het MJOP en de vraag hoe ik mij staande moest houden en profileren binnen een stichting die gericht is op zorg en waar onze school als eenpitter met een bovenregionale functie de enige onderwijspoot vormt.”